Historiek

De Historie van het Judo

De geschiedenis van judo begint in de middeleeuwen in Japan. In die tijd gebruikten Samourai (Japanse ridders) speciale verdedigingsmethoden om zich met blote handen te kunnen verdedigen tegen vijanden nadat zij in de strijd hun zwaard hadden verloren. Om zich goed te kunnen bewegen waren zij vooral gekleed in leer. Dus niet in ijzeren harnassen, zoals in die tijd in Europa gedragen werden. De verdedigingsmethoden noemde men Jiu-Jitsu. In China werden al voor het jaar 'nul' dergelijke verdedigingsmethoden gebruikt.

Samourai waren ridders die bij een 'stam (dynastie)' behoorden. Elke stam had zijn eigen methode. Deze methoden werden opgetekend in geheime boeken. Toen in Japan de Middeleeuwen voorbij waren en samourai geen wapens op straat meer mochten dragen viel het bestaansrecht voor het ridderschap weg. Vele ex-samourai gingen les geven in Jiu-Jitsu.

Jigoro Kano, geboren op 28 oktober 1860 in Japan, was een kleine magere jongen die veel gepest werd. Toen hij 16 was, ging hij naar een Jiu-Jitsu school want hij had gehoord dat een kleinere het van een grotere kon winnen, dankzij Jiu-Jitsu. Zijn conditie verbeterde snel, hij werd sterker en durfde meer voor zichzelf op te komen als hij geplaagd werd. Hij vond Jiu-Jitsu wel erg zwaar en hard. Het ging erom je tegenstanders te verslaan en je mocht stoten met de vuisten, trappen met de voeten en steken met de vingers. Hij zat dan ook vaak onder de pleisters.

Jigoro Kano wilde een westrijdsport die ongevaarlijk was en mensen 'zelfverzekerder en weerbaarder' zou maken. Hij bedacht een iets andere manier van Jiu-Jitsu, meer een spelvorm, gericht om iemand te werpen en onder controle te houden, zonder iemand te moeten blesseren.

In 1882 begon Kano met 22 leerlingen zijn Kodokan (plaats waar men de "weg" kan leren). In 1886 brak het judo bij het publiek door, doordat het Kodokan-team op een toernooi 15 overwinningen en twee onbesliste partijen wist te behalen op 15 bekende jiu-jitsu vechters. Hierna werd het judo door Kano en zijn leerlingen over de rest van de wereld verspreid. Judo betekent 'zachte weg'. Iemand die aan judo doet wordt judoka genoemd. Judo werd zelfs een verplicht onderdeel van de gymlessen in Japan.

In 1889 kwam Jigoro Kano naar Europa om het judo te promoten en in 1903 introduceerde een van zijn leerlingen judo in Amerika.

In 1922 voltooide Kano zijn systeem met katame-waza (controle technieken). In 1909 werd professor Jigoro Kano lid van het Int. Olympisch Comité en bezocht hij alle spelen, waaronder de 9e in Amsterdam in 1928. Toen hij daarvan terugkwam, hoopte hij dat judo nog eens een olympische sport zou worden. Op de I.O.C. vergadering te Caïro slaagde de Shihan (hoge judotitel die alleen Kano droeg) erin om de Spelen voor de 12e keer in Tokyo te houden.

Dat was het laatste wat deze opmerkelijke man gedaan kreeg, want op de terugreis overleed Kano op 4 mei 1938 door een longontsteking. Gedurende de Tweede Wereldoorlog kreeg het judo een terugslag. Na de oorlog steeg het enthousiasme voor judo in geheel Japan, maar ook in Europa. De eerste judokampioenschappen werden gehouden in 1949.

Na oprichting van de Internationale Judofederatie werden er wereldkampioenschappen gehouden in 1956 in Tokyo.